Zijn collega's op de gemeente-secretarie van het oude stadje L. vonden Barend Ouwer een rare vent. Niet dat hij niet altijd keurig op tijd op kantoor kwam en zelfs altijd een das droeg ook als het heel mooi en heel warm weer was. Maar toch.
Hij werkte op de afdeling ruimtelijke ordening en naar het leek had hij nog verstand van bouwen ook. In elk geval hing hij wel eens een mooie bouwtekening van een gevelpartij aan de muur tegenover zijn bureau. En soms zei hij dan ineens van die dingen als: "Er is toch meer tussen hemel en aarde dan dat gedoe met die bouwvergunningen." Als ze dan vroegen wat dat wel was, glimlachte hij en zei niks meer.
Verder wist niemand wat van Barend af, behalve dan Henk Metselaar met wie hij tussen de middag wel eens een ommetje maakte. Toen hij na een aantal jaren jubileerde, bleek dat hij een tekenbord en potloden en driehoeken en een liniaal als cadeau wilde hebben. Vroeger had hij immers een paar maanden op de avond HTS gezeten, vandaar.
Nou ja, die kreeg hij natuurlijk; al begreep niemand waarvoor hij ze wilde hebben. Maar in zijn bedankwoordje zei hij plotseling, dat hij die mooie cadeaus wilde gebruiken voor zijn nieuwe hobby: hij zou een onzichtbaar gebouw bouwen en daarvoor ging hij de bouwtekeningen maken.
Iedereen schudde zijn hoofd en de twee jongste secretaresses giechelden zelfs samen met de twee jongste ambtenaren, waarmee ze regelmatig naar een weliswaar slecht verlichte maar heel wel zichtbare disco gingen. Barend had aan het aan het eind van zijn dankwoord nog iets gezegd als, "Nou ja, voor mijn gebouw heb ik in elk geval geen vergunning nodig." Het was me toch een merkwaardige man.
De jaren gingen voorbij en niemand sprak ooit nog over Barend en zijn grootse plannen. Maar Barend Ouwer had intussen niet stil gezeten. Hij had, zorgvuldig en bedaard als hij was, eerst diep en lang nagedacht over dat plan en zijn bouwsel. En op een goede dag prikte hij een vel papier op zijn tekenbord, nam vastbesloten zijn fijngeslepen potlood ter hand en schoof de liniaal naar de onderkant van het papier.
Hoe het kwam wist hij niet maar ineens besloot hij dat hij het plan zou tekenen voor een onzichtbare tempel. Nee, het moest geen kerk worden, dan had hij toch nog een soort vergunning nodig,denkbeeldig dan, van de dominee of de pastoor of zo iemand.
Maar ondanks dat mooie idee kwam het er die avond nog niet van. Zo'n tempel had toch een naam, of een God, of een denkbeeldig jaar waarop de bouw terug ging nodig, dacht de zinnebeeldige architect. Iets dat je op de eerste steen moest zetten. Zoiets als: ter ere van, gebouwd door die en die en ook in een of ander jaar. En dat wou Barend nou eigenlijk niet.
Nee het moest een soort gebouw worden als de wereld zelf. Voor iedereen.
Hij grinnikte om zich zelf, toen hij hardop zei: "Het moet in elk geval een vrijstaand gebouw worden." Hij ging die avond met een glimlach slapen.
Een paar dagen later zat hij weer aan zijn tekenbord. Hij had de huiskamer van zijn flat expres keurig opgeruimd, en hij had wat hij anders nooit deed, zijn jasje en das aangehouden.
Vanavond zou hij misschien de eerste lijnen zetten. Het was doodstil om heen of verbeeldde hij zich dat maar? Hij klopte met zijn knokkels van zijn rechterhand op zijn tekenbord en wachtte.Ineens dacht hij:"hoe kan je nou een plan maken, als je niet weet wat voor stenen je nodig hebt".
Hij droomde die nacht dat hij in het donker voor een reusachtige deur stond, die openging toen hij had aangeklopt. Het was donker en stil achter die deur.
In het weekend ging hij een paar bouwmarkten af, maar die hadden toch meer dingen voor de nieuwe badkamer in het huis van de burgemeester en niet iets voor de tempel die Barend wilde bedenken. Eigenlijk, viel hem in, zou je die stenen zelf moeten maken. Prachtige stenen, allemaal gelijk en aan elkaar aansluitend, net als kristallen. Barend dacht weer lang na: zo zou het moeten zijn, maar hoe zou je zo iets moeten doen?
Voor de grap kocht hij een oude beitel op de markt en een mooie ronde houten steenhouwershamer. Hij nam ze weleens in de hand net alsof hij aan een ruwe steen een gladde kant wilde hakken. En weer pakte hij zijn tekenbord en zag voor zijn ogen een beeld van een gevel met trappen van gelijkmatige gevormde stenen en een harmonieuze bouw. Een poort ook, natuurlijk, maar verder kwam hij nog niet.
Ineens kwam het bij hem op, dat aan zo'n tempel natuurlijk duizenden mensen moesten werken. Zijn collega's moest hij dat maar niet vragen. Die vonden hem zo al zonderling genoeg. Hij zuchtte en dacht er aan om het plan op te geven. Voordat hij naar bed ging en de gordijnen dicht deed, keek hij uit zijn raam over de daken naar de sterren. Als lichtjes in het plafond van een tempel. Hij schudde zijn hoofd en zei tegen zichzelf: "Ach die tempel van me, een ander heeft hem vast al bedacht en misschien is hij er al heel lang. Misschien moet ik er eens met iemand over praten.
Op een avond na een lange vergadering keek hij weer eens naar de sterren:
geen een stond er zo maar, allemaal geordend volgens een groot onbegrijpelijk plan. En toen hij zich dat zo maar eens op kantoor liet ontvallen, dat de wereldeigenlijk al lang ruimtelijk geordend was, zei die rare Henk Metselaar ineens tegen hem: "Ach als je diep nadenkt, is je hele leven toch ook een soort bouwwerk."
"Voor jou met zo'n naam misschien wel", plaagde Barend hem terug. Maar er zat natuurlijk wel wat in.
Hij had intussen het plan eigenlijk opgegeven. Zou hij er nog eens met Henk over praten? Nou ja, dat kwam er op het werk ook niet van, er waren intussen al weer nieuwe piepjonge secretaresses en dito ambtenaren, die om zulke dingen giegelden. Hij begon zich te ergeren aan zijn domme fantasieen en besloot zijn tekenbord en de hamer en de beitel en de liniaal weg te doen. Hij was eigenlijk boos op zich zelf. Als jonge vent had hij de Avond- HTS af moeten maken;echte gebouwen leren tekenen. Die onzin ook. Hij kon zich wel voor zijn kop slaan en van boosheid deed hij het ook en tot zijn ergernis hield hij er hoofdpijn aan over. Zo, zei hij, "De bouwmeester is dood. Barend Ouwer gaat van nu af aan verstandige dingen doen."
Zoals dat gaat: hij deed die teken-spullen toch niet weg. Ze verdwenen naar het berghok onder in de flat. Barend ging een paar jaar later met de vut en ordelijk als hij was, besloot hij op te ruimen. Hij vond die oude dingen terug en mijmerde over zijn rare plannen van toen.
Waarom had hij nooit met mensen over zijn fantastische idee gepraat, had hij het bouwplan daarom nooit gevonden? Toen hij 's avonds alles toch maar weer op zijn tafel had gelegd, speelde het door zijn hoofd, dat net als de sterren ook de mensen hun plaats hebben, dat ze, zoals hij half spottend ooit had gezegd, net als de wereld geordend waren. Er moest dus het plan zijn. Hij besloot zijn oude collega Henk te bellen.
Samen praatten ze daarna iedere week uren over de wereld en het leven dat ze meer en meer als een bouwwerk zagen. Een bouwwerk nog wel waar ze op hun leeftijd wat aan moesten doen. Barend zei op een van die avonden: "Weet je Henk, het plan van die tempel stond in de sterren, in de harten van de mensen, op de bloemen, op de wolken en in de bedding, van de rivieren ... Maar ik kon het alleen niet vinden." Henk antwoordde: "Dan moeten we het samen maar eens proberen te tekenen."
Zo werden ze bouwmeesters aan het tekenbord, al wisten ze dat ze altijd leerling zouden blijven en ook dat de tempel onzienlijk was, van een schoonheid zo groot als ze die zich zelf maar wilden voorstellen.
Als Barend nu wel eens van zijn tempel droomde, zag hij door de wijd openstaande deuren licht over de treden en de zuilen vallen en hoorde hij de stemmen van zijn vrienden, ook van zijn collega's en van de secretaresses en hun jonge vrienden.
Voor wie had hij anders zijn tempel gebouwd? Niemand weet het, maar hij glimlachte dan in zijn droom.
Iedere bouwmeester heeft per slot van rekening zo zijn geheim...
verder bladeren:
:
|
terug naar hoofdpagina:
|
Mail to:
|