Geef mij mijn passer en mijn winkelhaak,
ik wil de som berekenen van mijn leven,
de som van goed en kwaad, van even en oneven,
ik zoek de lijn, die beide zijden raakt.
Laat mij alleen met deze ruwe steen.
Ik moet hem wel mijn leven lang bewerken
en, wil hij glanzend zijn, mijzelf beperken.
Ik leer mijzelve kennen, maar dat niet alleen.
Geef mij mijn schootsvel en mijn tekenstift.
Ik zie mijn taak: aan tempels en aan kerken werken
de liefde, de verdraagzaamheid graveren,
tot deze simpele wetten diep staan ingegrift.
Geef mij de wijsheid van het Alziend Oog,
geef mij de kracht, om wijsheid waar te maken.
Dan zal de raaklijn eens de schoonheid raken,
dan trekt mijn passer eens een zuivere boog...
(Monshouwer)